
Archeologisch onderzoek beschrijft eerste bewoning ver voor onze jaartelling van Langeveld, het smalle gebied tussen de Noordzee en het moerassige binnenland. De Romeinse schrijvers Caesar en Tacitus noemden de Germaanse bewoners Caninefaten.
In 889 ontving graaf Gerolf van de koning van Lotharingen de ambachtsheerlijkheid Northgo. Later ontstond bij het jachthuis het dorp Noortigerhout. Uit archiefstukken blijkt, dat Hillegom, Lisse en Voorhout na 1588 onder het bestuur van Noordwijkerhout vielen.
Over 1514 is bekend dat het dorp ongeveer vijftig huizen telde. Het dorp groeide langzaam: in 1632 stonden er 64 huizen in Noordwijkerhout, in 1732 124 huizen en een korenmolen. In 1795 telde Noordwijkerhout 617 inwoners.
Omstreeks 1904 begon men met het afzanden van de binnenduinen. Dit betekende verlies van onvervangbaar natuurschoon, maar bracht wel meer welvaart. Het duinzand gebruikte men bij het bouwrijp maken van de grond in naburige steden. Later werd het hoofdzakelijk gebruikt als grondstof voor de kalkzandsteenindustrie. De ondergrond bleek uitermate geschikt te zijn voor het telen van bloembollen.
Stichting Genootschap Oud de Zilck
Vereniging Dorpsbehoud Noordwijkerhout
Het archief van de gemeente Noordwijkerhout is in beheer bij de gemeente Noordwijkerhout zelf.