Verhaal: Femme (sole) fatale

  • Leiden
  • Geschiedenis 1701-1800

Annetje Coupeau, een jonge spinster uit Leiden, besluit tegen de zin van haar moeder in niet te trouwen met haar verloofde. Of dit te maken heeft met haar wens zelfstandig te bijven, of zelfs samen te blijven wonen met haar vriendin, is niet duidelijk, maar in elk geval wordt de poging die zij doet om haar zwangerschap te verbergen, haar fataal. Een stukje uit mijn proefschrift, dat een van mijn favoriete verhalen blijft.

Femme (sole) fatale

Dikwijls bleven ongehuwde meerderjarige dochters in de vroegmoderne periode in hun ouderlijk huis wonen. Als het hen echter lukte zelfstandig een huishouden op te bouwen, kozen zij er opvallend genoeg meestal voor om niet in familieverband te wonen. Spinnen stelde hen in principe in staat om voor zichzelf te zorgen, zolang zij jong en gezond waren. Zij konden in principe rondkomen van arbeid in de textielnijverheid, eventueel aangevuld met inkomsten uit andere vormen van arbeid. Er zijn zelfs aanwijzingen dat pas vanaf het moment dat deze mogelijkheden op een zelfstandig bestaan door middel van textielarbeid wegvielen, vrouwen eerder kozen voor een huwelijk.

Een schrijnend voorbeeld van het feit dat sommige vrouwen koste wat kost niet wilden trouwen is de spinster Annetje Coupeau, afkomstig uit het Franse Guéry. Zij was een ongehuwde vrouw die in juni 1700 al anderhalf jaar verloofd was met de Leidse greinwerker Isaacq Solée. Ondanks haar moeders instemming met het huwelijk, trouwde zij niet met haar verloofde, ook niet toen zij zwanger van hem raakte. Maandenlang verborg zij haar zwangerschap voor iedereen en ontkende zij zelfs aan haar verloofde en aan haar eigen moeder dat zij een kind verwachtte. In plaats van toe te geven en met Isaacq te trouwen, bleef Annetje met een zekere Jeanne Jardijn in huis wonen, met wie zij “in een bedsteede neffens den andere” sliep.

Toen haar zwangerschap al ver gevorderd was, sloop Annetje op een nacht uit bed en beviel zij ongemerkt en zonder enige deskundige hulp van een jongetje. Haar “speelmeijt” Jeanne werd pas wakker toen Annetje alweer terug was van deze daad, en uitgeput en bebloed in een stoel in de kamer zat. Zij prevelde tegen haar huisgenote “ik sterff, ende so gij mij nogh levendig sien wild, soo staat op, het is nu tijd”. Inderdaad overleed Annetje enige minuten later, waarschijnlijk wegens overtollig bloedverlies. Het kind had zij, zo bleek na een aantal dagen, bij buurtgenoten in het sekreet verdronken.

Kennelijk was trouwen voor haar geen optie en hoopte zij door haar zwangerschap te verbergen en het kind te doden aan een gedwongen huwelijk te ontsnappen. Ondanks haar dood werd Annetje door de rechters niet ontzien. Haar lijk werd op het galgenveld op een spies gezet en als afschrikwekkend voorbeeld tentoongesteld met blok hout in de vorm van een pasgeboren kind in haar armen.

(Elise van Nederveen Meerkerk, De draad in eigen handen. Vrouwen en loonarbeid in Nederland, 1581-1810 (Amsterdam 2007) pp. 198-199).
Een archiefwebsite door pictura-dp